"Het is slechts een detail, maar het is wel belangrijk"
Döndü Kilic groeide in 1997 van surveillant in Amsterdam-Amstelland naar nu brigadier in Alkmaar, waar ze sinds 2000 werkt. Die overstap is goed bevallen, want de 29-jarige agente heeft haar werkterrein behoorlijk uitgebreid.
‘Ik was biker en heb mijn ME-taak net beëindigd, want eerlijk gezegd kwam ik om in het werk’, zegt Döndü. ‘Daar kies ik overigens bewust voor, dus ik klaag niet.’ Dondu overdrijft niet, want naast de reguliere noodhulpdienst draaien, is ze vertrouwenspersoon, zet ze zich in voor het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit, voert ze voor HRM passendheidsgesprekken en is ze sinds een jaar doelgroepcoördinator voor de Marokkaanse gemeenschap in Alkmaar.
Gemeenschapszin
Ook in de laatste categorie komt haar Turks-Nederlandse achtergrond van pas. ‘In dat contact is het een voordeel dat er raakvlakken zijn. Marokkanen en Turken hebben bijvoorbeeld meer gemeenschapszin, terwijl Nederlanders individualistischer zijn. Een voorbeeld? Als wij bij een Turks gezin moeten zijn, probeer ik de auto in een zijstraat te parkeren, in plaats van pal voor de deur. Doe je dat toch, dan zien de buren dat direct en daar wordt toch over gesproken. Het is maar een detail, maar het is wel belangrijk.’
Geen poppenkast
Döndü mag cultuurgevoelig zijn, Hollands pragmatisch is ze ook. ‘Spreek ik een Turk die echt moeite heeft om zich te uiten, dan schakel ik over op Turks om snel duidelijkheid te krijgen. Wel leg ik mijn collega dan uit wat ik zei. Maar merk ik dat mensen redelijk Nederlands spreken, dan blijft dat de voertaal. En als we ergens zijn geweest en bij het weggaan hoor ik in het Turks dat ze zich toch niet houden aan onze afspraak, dan reageer ik direct. Dat we hier niet zijn om poppenkast te spelen.’
Mensen helpen
Dat nuchtere zit blijkbaar in de hele familie Kilic, want dat Döndü bij de politie wilde, baarde geen opzien. Dat wilde ze als kind al. ‘Als kennissen iets vragen over politiezaken, help ik ze natuurlijk, maar net zo makkelijk stuur ik ze door naar hun wijkagent.’ Waarom ze voor de politie koos, was ook duidelijk: variatie. ‘Dat je elke dag met nieuwe mensen, met nieuwe problemen te maken krijgt en dat je probeert om dingen op te lossen. Misschien is dat wel het belangrijkste: mensen helpen. En dat geldt ook voor mijn collega’s.’