Home
Politiewerk in het nieuws
Nederland stuurt LTFO naar Libië 
18 mei 2010 

Het kan bijna niet anders dan dat je in de afgelopen week de afkorting ‘LTFO’ hebt gehoord. In alle berichtgeving rondom de vliegramp in Tripoli kwam ter sprake dat het Landelijk Team Forensische Opsporing (waar de afkorting LTFO voor staat) officieel door de Libische autoriteiten is gevraagd de slachtoffers te identificeren. Op dezelfde dag nog reisden vijf kwartiermakers naar Tripoli om de komst van nog eens twintig forensische experts voor te bereiden. Maar wat is het LTFO precies en wat kunnen ze in Libië doen wat de Noord-Afrikanen niet zelf kunnen?

Experts
Het LTFO is een team van de Nederlandse politie en partners en wordt beheerd door het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Het team bestaat uit specialisten van de verschillende politiekorpsen, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Koninklijke Marechaussee. Het is een gelegenheidsteam, wat wil zeggen dat de leden allen hun ‘reguliere’ baan hebben, verspreid over het land en over hun vakgebieden. Ze komen alleen bij elkaar als daar directe aanleiding voor is, zoals bij deze vliegramp. Binnen vijf uur kan het team vervolgens operationeel zijn om in Nederland of het buitenland aan de slag te gaan.

Identificatie
Het LTFO wordt ingezet op een zogenaamde calamiteiten-pd en kan twee hoofdtaken hebben: als eerste de forensische opsporing, gericht op daderschap en het vaststellen van de aard en de oorzaak van het incident. En als tweede de berging en identificatie van slachtoffers. Het onderzoek naar de oorzaak van deze ramp staat onder leiding van een Libisch team. Dus gaan van het LTFO dit keer alleen de identificatiespecialisten aan de slag. Deze specialisten maakten vroeger deel uit van het Rampen Identificatie Team (RIT). Het RIT hoort nu bij het LTFO, maar je komt de term RIT in sommige publicaties nog tegen. Het RIT ken je wellicht nog van hun werk na de tsunami in 2004. Het geeft dus wel aan hoe uniek het LTFO is: overal ter wereld wordt om de specifieke expertise op het gebied van forensische opsporing gevraagd. Het is dan ook een misverstand dat het LTFO in Libië alleen voor de Nederlandse slachtoffers opereert.

Post mortem, ante mortem
De medewerkers van het LTFO stellen in Tripoli sporen veilig, alsmede zogeheten persoonsgebonden voorwerpen, zoals kleding en sieraden. Daarop volgt het zogenoemde post mortem-onderzoek: alle persoonskenmerken van de gevonden stoffelijke overschotten worden in kaart gebracht. Denk hierbij ook aan vingerafdrukken, DNA- en tandkundig onderzoek.

Zodra de vermistenlijst bekend is, start het ante mortem-onderzoek: gegevens van vermisten die mogelijk zijn omgekomen bij de ramp worden verzameld. Rechercheurs interviewen familieleden van vermiste personen, verzamelen foto’s, medische en tandkundige dossiers en nemen waar nodig dna van familieleden af. Tot slot worden alle onderzoeksgegevens met elkaar vergeleken in een speciaal computerprogramma. Deze vergelijking moet leiden tot de identificatie van een slachtoffer.

Hoe kom ik bij het LTFO?
Zoals aangegeven, bestaat het LTFO uit specialisten vanuit met name de politie. Het is een eliteteam waar je dus niet zomaar voor in aanmerking komt. Je zult eerst rechercheur moeten worden. Dit kan tegenwoordig zonder eerst een politieopleiding te volgen in de functie van recherchekundige. Hiervoor heb je wel een hbo- of wo-diploma nodig. Voor de meeste functies bij de recherche is het belangrijk dat je eerst ervaring hebt opgedaan in het gewone politiewerk. Dit begint met een politieopleiding.

De werkzaamheden voor het LTFO sluiten grotendeels aan bij het werk zoals de medewerkers dat in hun reguliere baan uitoefenen. Naast operationele inzet besteden medewerkers 15 tot 20 werkdagen per jaar aan oefening, scholing en overleg. Aanstelling geschiedt voor de duur van vier tot zes jaar. Als een lid van het team niet meer werkzaam is in de reguliere functie binnen het specialisme, dient hij/zij ook de functie bij het LTFO te verlaten.